Een pandrecht geeft de schuldeiser (de pandhouder) het recht om het verpande goed te verkopen als de schuldenaar (de pandgever) niet betaalt, en zich met voorrang uit de opbrengst te voldoen. Het is geregeld in Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. Waar een hypotheekrecht rust op registergoederen zoals vastgoed, rust een pandrecht op alles wat geen registergoed is: voorraad, machines, inventaris, vorderingen op klanten, bankrekeningen, intellectueel eigendom en aandelen.
Er zijn twee hoofdvormen. Bij een openbaar pandrecht wordt het goed in de macht van de pandhouder gebracht, of krijgt de debiteur van een verpande vordering bericht van de verpanding. Bij een stil (bezitloos) pandrecht blijft alles bij de pandgever, die gewoon door kan werken met zijn voorraad of zijn klanten. Een stil pandrecht ontstaat via een notariële akte of een geregistreerde onderhandse akte.
In een faillissement is de pandhouder separatist: hij kan zijn recht uitoefenen alsof er geen faillissement is. Wel kan de curator een afkoelingsperiode afkondigen, en op zogeheten bodemzaken kan de Belastingdienst bij een stil pandrecht voorgaan. Daarom kijkt een professionele financier niet alleen óf er een pandrecht is, maar ook op welke goederen, in welke vorm en met welke rangorde.
Let hierop
In private credit verstrekken direct lenders financieringen waarbij pandrechten op debiteuren, voorraad, bedrijfsmiddelen of aandelen vaak onderdeel zijn van het zekerhedenpakket. Clubdeal beoordeelt bij de selectie van direct lenders onder meer hoe zij zekerheden vestigen, vastleggen en bewaken.
Wat betekent dit voor de belegger?
Een pandrecht verkleint het verlies bij wanbetaling, maar sluit het niet uit. De waarde van het onderpand kan dalen, en de opbrengst bij gedwongen verkoop ligt meestal lager dan de boekwaarde.
Vraag de beleggersbrochure aanVeelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een pandrecht en een hypotheekrecht?
Een hypotheekrecht rust op registergoederen, zoals grond, gebouwen en appartementsrechten. Een pandrecht rust op alle andere goederen: roerende zaken, vorderingen, bankrekeningen, IP en aandelen. Beide geven de financier voorrang bij verhaal.
Wat gebeurt er met een pandrecht bij faillissement?
De pandhouder is separatist en mag het pand in principe zelf uitwinnen. De curator kan een afkoelingsperiode van maximaal vier maanden afkondigen, en bij een stil pandrecht op bodemzaken kan de Belastingdienst voorgaan.
Is een pandrecht een garantie dat ik mijn geld terugkrijg?
Nee. Een pandrecht geeft voorrang op de opbrengst van het onderpand. Als die opbrengst lager is dan de schuld, blijft er een tekort over.
Verwante begrippen
Stil pandrecht
Een stil pandrecht is een pandrecht waarbij het verpande goed bij de schuldenaar blijft en derden, zoals klanten, niet op de hoogte worden gebracht.
Openbaar pandrecht
Een openbaar pandrecht is een pandrecht waarbij het goed in de macht van de pandhouder wordt gebracht, of waarbij de debiteur van een verpande vordering van de verpanding op de hoogte wordt gesteld.
Pandrecht op vorderingen
Een pandrecht op vorderingen geeft de financier zekerheid op wat klanten aan de onderneming verschuldigd zijn, zoals openstaande facturen of aflossingen op verstrekte leningen.
Pandrecht op aandelen
Met een pandrecht op aandelen krijgt de financier zekerheid op de aandelen in een onderneming, zodat hij bij wanbetaling de aandelen kan laten verkopen of, onder voorwaarden, het stemrecht kan uitoefenen.
Zekerheden
Zekerheden zijn rechten die een financier kan uitwinnen als niet wordt terugbetaald, zoals een pandrecht, hypotheekrecht of borgstelling.
Eerste hypotheekrecht
Een eerste hypotheekrecht is het hoogst gerangschikte hypotheekrecht op een registergoed: de houder wordt bij uitwinning als eerste uit de opbrengst voldaan.
Uitwinning
Uitwinning is het te gelde maken van een zekerheid, zoals de verkoop van een verpand of verhypothekeerd goed, om de vordering uit de opbrengst te voldoen.
Zekerhedenpakket
Het zekerhedenpakket is het geheel van zekerheden dat een financier bij een lening krijgt, zoals hypotheekrechten, pandrechten, borgtochten en contractuele afspraken.
