Een DCF bestaat uit drie onderdelen: een prognose van de vrije kasstromen, een disconteringsvoet die risico en tijdswaarde weergeeft (vaak de WACC) en een restwaarde voor de periode na de prognose. Samen leveren die de ondernemingswaarde op.
De methode is theoretisch het meest zuiver en praktisch het meest gevoelig: kleine wijzigingen in groei, marge of disconteringsvoet geven grote verschillen. Gebruik een DCF daarom vooral om te begrijpen welke aannames de waarde drijven, en toets de uitkomst aan multiples van vergelijkbare transacties.
Een rekenvoorbeeld: een onderneming verwacht de komende vijf jaar een vrije kasstroom van € 1 miljoen per jaar. Met een disconteringsvoet van 10% is de contante waarde van die vijf jaar ongeveer € 3,8 miljoen. Daar komt een eindwaarde bij voor de jaren daarna.
De uitkomst van een DCF is erg gevoelig voor aannames over groei, marges en de disconteringsvoet. Daarom wordt een DCF meestal naast een multiple-waardering gebruikt.
Let hierop
Maak altijd een gevoeligheidsanalyse: wat gebeurt er met de waarde als de groei 2% lager of de disconteringsvoet 1% hoger uitvalt?
Wat betekent dit voor de belegger?
Ook een financier denkt in kasstromen. Waar een DCF de waarde berekent, kijkt een financier of de verwachte kasstroom rente en aflossing ruim kan dragen.
Vraag de beleggersbrochure aanVerwante begrippen
Multiple
Een multiple waardeert een onderneming als een veelvoud van een financiële maatstaf, zoals EBITDA, omzet of brutowinst.
Vrije kasstroom
Vrije kasstroom is het geld dat na operationele kosten, belastingen, werkkapitaalmutaties en noodzakelijke investeringen daadwerkelijk overblijft.
Enterprise value
Enterprise value is de waarde van de onderneming zelf; equity value is wat daarvan na aftrek van de netto schuld voor de aandeelhouders resteert.
IRR & multiple on invested capital
IRR is het jaarlijks rendement van een investering inclusief tijdseffect; MOIC is het aantal keren dat de inleg is terugverdiend.
