De NAV, in het Nederlands ook wel intrinsieke waarde of nettovermogenswaarde, laat zien wat een fonds op een bepaald moment waard is. De berekening is in de basis eenvoudig: NAV = totale bezittingen min totale verplichtingen. Bezittingen zijn bijvoorbeeld deelnemingen in bedrijven, uitstaande leningen, vastgoed, liquide middelen en vorderingen. Verplichtingen zijn onder meer schulden, nog te betalen kosten en reserveringen, zoals voor beheervergoedingen of een eventuele winstdeling van de beheerder.
Deel je de totale NAV door het aantal uitstaande participaties of aandelen, dan krijg je de NAV per participatie. Een rekenvoorbeeld: een fonds heeft € 52 miljoen aan bezittingen en € 2 miljoen aan verplichtingen. De NAV is dan € 50 miljoen. Zijn er 500.000 participaties uitgegeven, dan is de NAV per participatie € 100. Bij open-end fondsen is dat bedrag vaak de prijs waartegen beleggers in- en uittreden.
Bij beursgenoteerde beleggingen volgt de waarde uit de dagelijkse koers. Bij private investeringen bestaat die koers niet, dus wordt de NAV periodiek vastgesteld, meestal per kwartaal of per jaar. Beheerders gebruiken daarvoor waarderingsmethodes zoals multiples van vergelijkbare bedrijven, recente transactieprijzen of een DCF. In private equity en venture capital zijn de IPEV-richtlijnen een veelgebruikt kader. Bij private debt draait de waardering vooral om de verwachte terugbetaling: rente, aflossing en eventuele zekerheden, met een afwaardering als een lening in de problemen komt.
Onafhankelijke toetsing en een consistente methodiek zijn daarbij essentieel. Denk aan een waarderingscommissie, een externe taxateur of de controle door een accountant bij de jaarrekening. Vraag als belegger altijd hoe de NAV tot stand komt, wie hem vaststelt en hoe vaak.
Investeerders gebruiken NAV om tussentijds rendement te volgen, maar bij private beleggingen blijft het een schatting tot er daadwerkelijk wordt verkocht of afgelost. Beoordeel daarom altijd zowel de NAV-ontwikkeling als de gerealiseerde uitkeringen (DPI) van een fonds. De verhouding tussen beide zegt veel: een hoge waarde op papier met weinig uitkeringen betekent dat het rendement grotendeels nog gerealiseerd moet worden.
Let hierop
Private waarderingen bewegen trager dan de beurs. Een stabiele NAV kan daardoor een rustiger beeld geven dan de werkelijkheid. Dat heet ook wel waarderingsvertraging: het risico is er wel, het wordt alleen later zichtbaar.
Wat betekent dit voor het fonds?
Een heldere, vooraf vastgelegde waarderingsmethodiek en tijdige rapportage geven beleggers vertrouwen. Leg ook vast of vergoedingen op de NAV of op het toegezegde kapitaal worden berekend.
Naar de Termsheet BuilderWat betekent dit voor de belegger?
De NAV laat zien wat je positie op papier waard is. Kijk daarnaast naar wat er daadwerkelijk is uitgekeerd en naar hoe vaak en door wie de waardering wordt vastgesteld.
Vraag de beleggersbrochure aanVeelgestelde vragen
Hoe bereken je de NAV van een fonds?
Tel alle bezittingen van het fonds op en trek daar alle verplichtingen vanaf. Deel de uitkomst door het aantal uitstaande participaties of aandelen voor de NAV per participatie.
Wat is het verschil tussen NAV en beurskoers?
De NAV is de berekende waarde van de onderliggende bezittingen. Bij een beursgenoteerd fonds bepalen vraag en aanbod de koers, waardoor die boven de NAV (premie) of eronder (discount) kan liggen.
Hoe vaak wordt de NAV vastgesteld bij private fondsen?
Meestal per kwartaal of per jaar, afhankelijk van de fondsvoorwaarden. Open-end fondsen hebben vaak vaste waarderingsmomenten die samenvallen met de momenten van in- en uittreding.
Wat is het verschil tussen NAV, TVPI en DPI?
De NAV is de huidige waarde van wat het fonds nog bezit. DPI is wat al aan beleggers is uitgekeerd, gedeeld door hun inleg. TVPI telt beide op: uitkeringen plus resterende NAV, gedeeld door de inleg.
Verwante begrippen
Fonds (investeringsfonds)
Een investeringsfonds is een vehikel waarin meerdere investeerders kapitaal bundelen dat door een beheerder volgens een vastgelegd beleggingsbeleid wordt belegd. De juridische vorm (bijvoorbeeld FGR, CV of limited partnership) bepaalt de rollen en rechten.
IRR & multiple on invested capital
IRR is het jaarlijks rendement van een investering inclusief tijdseffect; MOIC is het aantal keren dat de inleg is terugverdiend.
Multiple
Een multiple waardeert een onderneming als een veelvoud van een financiële maatstaf, zoals EBITDA, omzet of brutowinst.
DCF (discounted cash flow)
Bij een DCF-waardering worden verwachte toekomstige vrije kasstromen contant gemaakt naar hun waarde vandaag.
Open-end en closed-end fonds
Een open-end fonds geeft doorlopend nieuwe deelnemingen uit en neemt ze terug; een closed-end fonds haalt eenmalig kapitaal op en heeft meestal een vaste looptijd.
Management fee
De management fee is de jaarlijkse beheervergoeding van een fondsbeheerder, meestal een percentage van het fondsvermogen of het geïnvesteerde kapitaal.
